Gemeente
Goed besturen gaat ook over houding en gedrag. Zowel voor politici als voor ambtelijke ondersteuning geldt dat een open en wederzijds contact met inwoners de besluitvorming ten goede komt. Niet alleen door het organiseren van bijeenkomsten en inspraak, maar ook door persoonlijk contact met mensen die te maken hebben met de gemeente.
Wij vinden het belangrijk om een dienstbare overheid te zijn. Dat betekent snel en adequaat reageren op vragen en meldingen van inwoners en onze processen goed daarop in te richten.
Ook inwonerparticipatie moet goed worden vormgeven. Hierbij willen we borgen dat niet alleen de meest communicatief vaardige inwoners meedoen. Wij vinden dat we ook de minder mondige inwoners een stem moeten geven door hen actief op te zoeken en hen te ondersteunen.
De inzet van eigen ambtelijk personeel moet zichtbaar zijn in de kernen of bij situaties waar dat echt nodig is. Dat geeft vertrouwen. Wij hechten aan de servicebereidheid van alle ambtenaren die onze gemeente vertegenwoordigen, waaronder onze buitendienst en de medewerkers van beide milieustraten.
Vanuit bestuur en ambtelijke organisatie moet er één grondhouding centraal staan bij het vaststellen van beleid of het reageren op verzoeken van inwoners: we kijken altijd naar wat er wel kan (en dus niet alleen maar naar wat er niet kan).
De gemeente hoeft niet alles zelf op te lossen. Er zit veel kracht in de maatschappij. Die moeten wij benutten. Een sterke regisserende rol voor onze gemeente heeft dan ook onze voorkeur. Daarom zoeken we de samenwerking met partners zoals woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven.
Dorpsraden en wijkplatforms
Wij vinden de rol van dorpsraden en wijkplatforms belangrijk en die ondersteunen we van harte. Ook andere overlegorganen kunnen, mits met voldoende democratische legitimiteit, een gesprekspartner voor de gemeente zijn.
Deze vormen van gespreide verantwoordelijkheid laten zien dat bewoners, bedrijfsleven en andere partners veel creatieve ideeën hebben en oplossingen bedenken.
Zij krijgen wat ons betreft waar dat passend is zeggenschap over budgetten waardoor elke buurt/wijk kan inzetten op de eigen identiteit in de directe omgeving.
Regionale samenwerking
Nauwe economische en bestuurlijke samenwerking in de regio is nodig en wenselijk. Samenwerkingsverbanden moeten echter geen doel op zich zijn maar zorgen voor betere en/of goedkopere dienstverlening. Ze moeten eenvoudig kostenneutraal beëindigd kunnen worden wanneer dit doel niet meer bereikt wordt.
Wij zijn voorstander van praktische en flexibele samenwerking in en met de regio. Wanneer we (werk)organisaties samenvoegen moeten de kosten per saldo niet toenemen maar afnemen.
Voor intergemeentelijke samenwerking kijken wij eerst en vooral naar Lingewaard, Nederbetuwe, Nijmegen en Arnhem, maar ook daarbuiten zullen wij samenwerking opzoeken wanneer dat wenselijk is. Wij vinden het belangrijk om goed op te trekken met de gemeente Lingewaard, onze buurgemeente in ons mooie middengebied, om zo tegenwicht te bieden aan de oprukkende grote steden Arnhem en Nijmegen.
In CDA verband onderhouden we vanzelfsprekend ook contacten met de CDA afdelingen van omliggende gemeenten, net als met de Provinciale afdeling en met onze landelijke organisatie. Daar kan Overbetuwe, met respect voor ieders zelfstandige rol en eigen verantwoordelijkheden, de vruchten van plukken.
Rijksbeleid
Het uitvoeren van taken die voortkomen uit Rijksbeleid is voor de gemeente een gegeven. De gemeente moet net als iedere individuele inwoner de wet eerbiedigen. Dat hierdoor soms grote vraagstukken op de gemeente afkomen is voor iedereen duidelijk.
Wanneer de Rijksoverheid ons opdraagt om bij te dragen in de opvang van asielzoekers dan moeten wij daar gehoor aan geven. Dat betreft ook de aantallen asielzoekers die we op moeten vangen (de “taakstelling”).
Wij vinden dat eerst Den Haag aan zet is om te komen met betrouwbaar beleid en met meer mogelijkheden voor kleinschalige opvang. Hiervoor hebben wij een motie ingediend die is aangenomen door de gemeenteraad.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (het COA) hanteert een minimale omvang van 300 asielzoekers per locatie vanwege schaalvoordelen. Dergelijke locaties worden door het COA betaald. Kleinere opvanglocaties moeten grotendeels door de gemeente zelf betaald worden (inclusief beveiliging, ondersteuning en zorg). De extra gemeentelijke kosten voor een kleine opvang van 100 personen bedragen € 1 tot € 1,5 miljoen per jaar. Dit betekent een OZB stijging van ruim 10% en dat vinden wij onwenselijk.
Daarom hanteren wij de volgende uitgangspunten:
- De keuze voor een locatie wordt zodanig gemaakt dat er geen overlast of onveilige situaties uit voortkomen voor onze inwoners. Ook houden wij oog voor menswaardige omstandigheden en praktische haalbaarheid. Wij maken daarvoor duidelijke en krachtige afspraken met COA en zien toe op nakoming daarvan.
- Wij ondersteunen daarom de keuze voor een opvanglocatie in Elst omdat daar de meeste voorzieningen aanwezig zijn zoals een ziekenhuis en goed openbaar vervoer.
- Wij zullen alleen opvang realiseren die volledig door de Rijksoverheid bekostigd wordt.
Internationale banden
Er bestaan jarenlange banden met partnergemeenten in Duitsland en Polen. Deze banden vinden wij waardevol en willen wij behouden.
Zorgvuldig begroten
Wij staan voor een zorgvuldig en solide financieel beleid. Dat betekent dat ons huishoudboekje met inkomsten en uitgaven, de gemeentelijke begroting, duurzaam sluitend moet zijn en dat we een reservepositie (spaarpot) hebben die genoeg is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen.
Net als thuis went ook een gemeentelijke organisatie aan uitgaven die als een soort automatisme van jaar tot jaar plaatsvinden. Wij vinden daarom dat minimaal in elke raadsperiode alle gemeentelijke uitgaven opnieuw bezien moeten worden op nut en noodzaak.
Ook ontstaat er na verloop van tijd een zekere overlap in beleidsuitgaven. Wij zien bijvoorbeeld een groei in de gemeentelijke uitgaven voor preventie bij verschillende gemeentelijke onderdelen die min of meer hetzelfde doel nastreven. Wij stellen voor om een zero-based budgetonderzoek uit te voeren in de komende raadsperiode. Door zero-based budgetteren beoordelen we alle uitgaven opnieuw op nut en noodzaak, halen we overlap weg en wegen we onze kerntaken opnieuw.
Wij willen dat door hogere overheden afgestoten taken bekostigd kunnen worden uit de budgetten die daarvoor door hen naar de gemeente worden overgedragen. De praktijk is dat deze budgetten vaak lager zijn dan de extra uitgaven voor de gemeente. Als eerste moet dan bezien worden of “de tering naar de nering gezet kan worden”.
OZB-heffing is nodig omdat we onze voorzieningen en dienstverlening op peil willen houden. Als uitgangspunt willen wij de OZB van jaar tot jaar niet meer laten toenemen dan met de inflatiecorrectie.
Een grotere lastenverhoging is alleen gerechtvaardigd als dat gebeurt om de economische of sociale structuur van onze gemeente te versterken, of omdat hogere overheden taken afstoten naar de gemeente zonder de daarvoor noodzakelijke budgetten mee te geven.
Wij zullen hoe dan ook altijd als eerste trachten grotere lastenverhogingen te voorkomen, door te bezuinigen op andere uitgaven. Uitgaven die niet wettelijk verplicht zijn, die (deels) vermijdbaar zijn, die alternatief (goedkoper) zijn in te vullen of waarvan het nut beperkt is, zullen daarbij in ogenschouw worden genomen.
Geld dat niet uitgegeven wordt voor een geheven doelbestemming, zoals rioolheffing, moet terug naar de burgers.
Overbetuwe behoort nog steeds tot de gemeenten in Nederland met de laagste lasten voor inwoners. Wij streven ernaar om ook de toekomstige generaties daarvan te laten profiteren.
